Gebroken heup

Operatie van een gebroken heup

U bent na een val of ongeval in het ziekenhuis opgenomen op de afdeling Chirurgie of Orthopedie. U kunt waarschijnlijk niet meer op uw been staan en/of uw been ligt naar buiten gedraaid en lijkt korter. Op de afdeling Spoedeisende Hulp is een röntgenfoto gemaakt die duidelijk heeft gemaakt dat uw heup gebroken is en op welke plaats(en) uw heup gebroken is.
U wordt zo snel mogelijk geopereerd
In overleg met u en uw familie of naaste(n) wordt bijna altijd gekozen voor een operatie. Uw gebroken heup wordt weer aan elkaar gezet of u krijgt een nieuwe heup. U wordt zo snel mogelijk geopereerd, het liefst binnen 24 uur. Of dit kan, hangt af van uw lichamelijke conditie. Het kan zijn dat de operatie uitgesteld moet worden als uw conditie het niet toelaat of als u bijvoorbeeld last heeft van een luchtweginfectie of een andere aandoening.

Voorbereiding voor de operatie

U wordt op de verpleegafdeling opgevangen door een verpleegkundige. U heeft – eventueel samen met uw familie of naaste(n) – een opnamegesprek. U krijgt uitleg over de voorbereiding op de operatie en de gang van zaken op de afdeling. De verpleegkundige vraagt u verder om een aantal persoonlijke gegevens:

  1. • of u een dieet gebruikt
  2. • of u ergens allergisch voor bent
  3. • welke medicijnen u thuis eventueel gebruikt
  4. • uw medische gegevens
  5. • gegevens over uw thuissituatie

U kunt tijdens dit opnamegesprek natuurlijk ook al uw vragen stellen. Ook als u na dit opnamegesprek nog vragen heeft, stel ze dan gerust! Het kan zijn dat u rechtstreeks vanaf de afdeling Spoedeisende Hulp naar de operatiekamer bent gegaan. U bent dan al geopereerd. Een verpleegkundige op de afdeling Spoedeisende Hulp heeft u dan kort voorbereid op de operatie.

Infuus, katheter en tractie
U krijgt een infuus op uw hand of in uw arm. Via dit infuus krijgt u vocht, pijnstillers en antibiotica. Omdat u met uw gebroken heup moeilijk zelf naar het toilet kunt krijgt u voor de operatie een dun slangetje (katheter) in uw blaas voor de afvoer van urine. Eventueel wordt uw been in afwachting van de operatie ‘in tractie’ gelegd. Dit betekent dat er met een katrol een gewicht aan uw been wordt gehangen. U heeft hierdoor minder pijn.

Onderzoek
U krijgt voor de operatie verschillende onderzoeken:

  1. • een hartfilmpje (ECG)
  2. • bloedonderzoek
  3. • een röntgenfoto van de longen

Zo nodig komt een cardioloog, internist of neuroloog ook nog bij u langs. Dit hangt af van uw leeftijd en uw medische voorgeschiedenis.

Wat doet u voor de operatie af en uit?

  1. • uw kunstgebit (alleen als het erg vastzit, mag u het inhouden)
  2. • sieraden
  3. • contactlenzen en bril
  4. • gehoorapparaat

Als u zonder bril, contactlenzen of gehoorapparaat nauwelijks kunt communiceren, mag u ze tot in de voorbereidingsruimte van de operatiekamer op- of inhouden.

Wat heeft u nodig in het ziekenhuis

Voor uw verblijf in het ziekenhuis heeft u het volgende nodig:
  1. • ondergoed, nachtgoed, toiletartikelen (geen handdoek)
  2. •gemakkelijke, ruimzittende kleding (geen strakke onderkleding en panty’s)
  3. • ochtendjas
  4. • medicijnen die u thuis eventueel gebruikt (in de originele verpakking)
  5. • schoenen en pantoffels met een brede hak die vast aan de voet zitten (slippers zijn dus niet geschikt). Houdt u er rekening mee dat uw been en voet na de operatie wat dikker kunnen worden, sandalen of schoenen met klittenband zijn daarom heel geschikt
  6. • een lange schoenlepel
Wilt u uw familie of naaste(n) vragen of zij dit voor u willen meebrengen?

Eten drinken en medicijnen

Eten en drinken
U moet voor de ingreep nuchter zijn, dat betekent dat u voor de operatie niet mag eten en drinken. In ieder geval tot het precieze tijdstip van de operatie bekend is. Alleen als het nog wat langer duurt voordat u wordt geopereerd mag in u overleg met de (orthopedisch) chirurg eventueel iets eten of drinken. Het kan zijn dat u vlak voor uw opname nog iets gegeten en/of gedronken heeft. Als u snel geopereerd wordt, houdt de anesthesioloog hier rekening mee. Als u een dag na uw opname wordt geopereerd, mag u vanaf 24.00 uur ’s nachts niet meer eten, drinken of roken. Wel mag u tot twee uur voor de operatie nog een glas heldere drank – thee of water – drinken. Dranken met koolzuur, koffie
of melkproducten mogen niet. Medicijnen mag u met een klein slokje water innemen. Ook mag u uw tanden poetsen met een beetje water.

Medicijnen
Vlak voor de operatie krijgt u zo nodig een pijnstiller. Als u pas de volgende dag geopereerd wordt kan het zijn dat u medicatie krijgt tegen de pijn. Van de verpleegkundigen of arts hoort u of u de medicijnen die u thuis gewend bent te gebruiken wel of niet mag innemen voor de operatie.

Verdoving (anesthesie)

Vlak voor de operatie maakt u kennis met de anesthesioloog. Dit is een specialist op het gebied van narcose, pijnbestrijding en de intensieve zorg rondom de operatie. De anesthesioloog kent uw medische dossier, maar hij gaat voor de zekerheid nog een keer na of en welke medicijnen u gebruikt en of u allergisch bent voor bepaalde medicijnen. Ook stelt de anesthesioloog vragen over eventuele eerdere operaties en hoe u toen op de narcose reageerde. De anesthesioloog bepaalt vervolgens welke vorm van anesthesie voor u het meest geschikt is: algehele narcose of een ruggenprik (plaatselijke verdoving). U kunt ook al uw vragen en eventuele zorgen bespreken met de anesthesioloog. De anesthesioloog en zijn assistent blijven tijdens de gehele operatie bij u. Met moderne apparatuur houden zij uw ademhaling, bloeddruk, temperatuur en polsslag voortdurend in de gaten. Zo nodig wordt de anesthesie tijdens de operatie aangepast.
Algehele narcose
Bij algehele narcose krijgt u via uw infuus slaapmiddelen. Omdat u een gebroken heup heeft, kunt u niet overstappen van uw bed naar de operatietafel. Ook met hulp is dit erg pijnlijk. U krijgt daarom in uw bed narcose. U wordt vervolgens op de operatietafel getild en in de goede houding gelegd.
Ruggenprik
Bij een ruggenprik verdooft de anesthesioloog de onderste helft van uw lichaam. U krijgt een injectie met een verdovend medicijn in de buurt van het ruggenmerg. U bent vanaf uw tenen tot ongeveer de navel verdoofd. U kunt uw benen tijdelijk niet of nauwelijks bewegen. Ook heeft u wat moeite met diep doorzuchten en hoesten. Dit is normaal en gaat vanzelf weer over. U kunt tijdens de operatie wakker blijven. Maar als u dat vervelend vindt of er tegenop ziet om alles te horen kan de anesthesioloog u een slaapmiddel geven. U valt daardoor in een lichte slaap. Als u tijdens de operatie toch pijn heeft kan de anesthesioloog u alsnog onder algehele narcose brengen. Maar dit komt bijna nooit voor. U moet voor de ruggenprik even rechtop zitten. Dit is met een gebroken heup erg pijnlijk. U wordt daarom eerst kort in slaap gebracht. U merkt daardoor weinig van de ruggenprik.

De operatie

Op de verpleegafdeling krijgt u een operatiejasje aan. Een verpleegkundige brengt u vervolgens naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Het is in deze ruimte vrij koel. Als u het koud heeft kunt u om een extra deken vragen. Afhankelijk van de breuk die u heeft gebruikt de (orthopedisch) chirurg schroeven of een pen om de delen van uw heup weer aan elkaar te zetten of u krijgt een nieuwe heup.

De ingreep
Operatie bij een dijbeenhalsbreuk
Deze breuk ligt in het bovenste gedeelte van het dijbeen: ongeveer tweeënhalf tot vijf centimeter van de heupkop (afbeelding A). Omdat deze breuk binnen het zogenoemde heupkapsel ligt, kan het zijn dat de afgebroken heupkop te weinig bloed krijgt. De breuk heelt daardoor soms moeilijk en de heupkop kan zelfs afsterven. Als de kans groot lijkt dat de breuk slecht zal herstellen
– die kans is bij oudere mensen wat groter – krijgt u een kophalsprothese (afbeelding B). Als er wel kans is op goed herstel, wordt de breuk hersteld met schroeven (afbeelding C).

collumfractuurcollumBcollumC

 

Operatie bij een breuk door verdikkingen onder de heupkop
Deze breuk bestaat vaak uit meerdere delen, maar de heupkop loopt meestal geen gevaar (afbeelding D). Het kan zijn dat de (orthopedisch) chirurg een zogenoemde dynamische heupschroef plaatst (afbeelding E). Als het bot op veel plaatsen gebroken is, krijgt u een zogenoemde gammanagel (afbeelding F).

 

Operatie bij een breuk onder verdikkingen
Deze breuk komt niet zo vaak voor. Bij deze breuk zijn de botdelen erg van hun plaats geraakt. Uw heup is vaak op meerdere plaatsen gebroken. De (orthopedisch) chirurg kiest bij deze breuk altijd voor het plaatsen van een gammanagel . Een gammanagel is de beste behandeling bij een breuk die uit meerdere delen bestaat, zowel voor de stabiliteit als de belastbaarheid van uw heup.

Na de operatie

De eerste uren op de uitslaapkamer
De operatie zelf duurt gemiddeld een tot twee uur. U blijft na de operatie enige tijd op de uitslaapkamer. Door de verdoving bent u eerst nog wat slaperig. Dat is normaal. Op de uitslaapkamer houden we u goed in de gaten. Via uw infuus krijgt u vocht en antibiotica. Om te controleren hoeveel bloed u heeft verloren, kan het zijn dat er op de uitslaapkamer wat bloed wordt afgenomen. Als het nodig is dan krijgt u een bloedtransfusie.
Terug naar de verpleegafdeling
Hoe lang u op de uitslaapkamer blijft, is afhankelijk van de verdoving die u heeft gehad. Als alles goed met u gaat mag u na toestemming van de anesthesioloog terug naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling worden uw temperatuur, bloeddruk, hartslag, pijn, urineproductie, houding en de gevoeligheid en beweeglijkheid van uw been nauwkeurig gecontroleerd. Als u zich goed voelt mag u na een paar uur wat drinken en nog wat later ook eten.
Pijn
Het is belangrijk dat u na de operatie zo min mogelijk pijn heeft. Dat is natuurlijk prettig voor uzelf, maar ook erg belangrijk voor uw herstel. U krijgt daarom meteen na de operatie op de uitslaapkamer al pijnstillers. Ook omdat de pijn direct na de operatie het hevigst is. Daarna neemt het geleidelijk af. Iedereen reageert weer anders op pijn en pijnstillers. De anesthesioloog en de verpleegkundigen vragen u daarom regelmatig of en hoeveel pijn u heeft. De pijnstilling wordt daarop aangepast. We proberen uw pijn op die manier zo goed mogelijk te bestrijden.
De eerste dagen na de operatie
De verpleegkundigen helpen u de eerste dagen na de operatie bij uw lichamelijke verzorging. Vooral het wassen van de rug, billen en benen is lastig. Het is belangrijk dat u goed aangeeft wat u zelf kunt en wat niet. Verder wordt:

  1. • als dat kan de blaaskatheter verwijderd
  2. • het drukverband verwijderd
  3. • het ijzergehalte in uw bloed (Hb-gehalte) gecontroleerd, als uw bloed in orde is en u zich goed voelt, mag uw infuus eruit
  4. • als het lukt een controlefoto van uw heup gemaakt

Zo snel mogelijk weer in beweging
Om doorligwondjes en verstijving van uw spieren en gewrichten te voorkomen is het belangrijk dat u zo snel mogelijk na de operatie weer in beweging komt. Als het lukt helpt een verpleegkundige of fysiotherapeut u daarom al op de eerste dag na de operatie in een stoel. Het kan zijn dat u nog wat duizelig of misselijk bent en/of pijn heeft. Als het echt niet gaat houden we daar natuurlijk rekening mee.

Begeleiding van een fysiotherapeut
Na de operatie krijgt u uitleg van een fysiotherapeut over uw revalidatie en
de oefeningen die u – zittend en staand – moet doen. Verder leert u van de
fysiotherapeut hoe u met een looprekje (eerste dag) en een rollator of krukken (de volgende dagen) moet lopen. Onder begeleiding van de fysiotherapeut oefent u ook het traplopen. U krijgt elke dag wat meer loopoefeningen. Wilt u uw familie of naaste(n) vragen om krukken mee te nemen? Deze zijn te leen bij thuiszorgwinkels, of misschien kunt u ze lenen van familie of vrienden.

Het kan zijn dat de eerste dagen na de operatie nog bloed en/of wondvocht uit de wond komt. Dit is een normaal onderdeel van het genezingsproces.

Bloeduitstorting
Het kan zijn dat u door de operatie of uw val een flinke bloeduitstorting heeft
ter hoogte van uw bovenbeen. Dit komt door kneuzing van de spieren en andere weke delen. Dit kan enkele dagen tot weken pijnlijk zijn. Ondanks de pijn is regelmatig bewegen de beste manier om de bloeduitstorting zo snel mogelijk op te lossen.

Vocht in uw been
Als u na de operatie lang rechtop zit, kan het zijn dat uw been door een vochtophoping dik wordt. U kunt dit voorkomen door uw been twee tot drie keer per dag – bijvoorbeeld na de maaltijden – in bed wat hoger te leggen dan uw heup. Blijft u verder niet te lang aan elkaar op een stoel zitten. Beweeg regelmatig en verander vaak van houding. Het kan zijn dat uw been toch dik wordt of blijft. Dit is lastig bij het lopen en bewegen. We adviseren u om uw (loop)oefeningen toch zoveel mogelijk te blijven doen. Zo nodig kan u via de huisarts een verwijzing vragen voor het aanmeten van een steunkous. U trekt deze kous ’s ochtends voordat u opstaat aan.

Bloedverdunnende medicijnen
Om te voorkomen dat er een stolsel in een bloedvat ontstaat (trombose), moet u na de operatie zes weken lang elke dag een antistollingsmedicijn gebruiken. Als u voor de operatie, voor een andere aandoening, al bloedverdunnende medicijnen gebruikt dan wordt hier rekening mee gehouden. Als u van tevoren Ascal gebruikte moet u namelijk wel een antistollingsmedicijn gebruiken. Bij het gebruik van Marcoumar of Sintromitis is dit niet het geval.

Complicaties

Bij iedere operatie is er een kans op complicaties, zo ook bij een operatie voor een gebroken heup. Hieronder vindt u een overzicht van mogelijke complicaties.

Nabloeding
De eerste dagen na de operatie is het normaal dat de wond nog bloed of wondvocht produceert. Dit hoort bij het normale wondgenezingsproces. Het kan zijn dat dit bij u langer aanhoudt dan normaal. Vooral de opening van de drain kan bloed en wondvocht produceren.

Luxatie
Een luxatie is het uit de kom schieten van de heupprothese. De eerste 3 maanden na de operatie is de kans hierop het grootst doordat het gewrichtskapsel dan nog niet voldoende stevig is en de spieren rondom de heup nog verzwakt zijn. U kunt de kans op een luxatie verminderen door de
adviezen van de fysiotherapeut zorgvuldig op te volgen.

Trombose
Trombose is een bloedstolsel dat een ader in uw been verstopt. Soms kan het stolsel losschieten en in uw longen terecht komen (longembolie). Om dit te voorkomen moet u 6 weken antistollingsmiddel gebruiken. Daarbij is regelmatig bewegen van groot belang. Ondanks de voorzorgsmaatregel kan het voorkomen dat u trombose ontwikkelt. Dit herkent u aan een pijnlijk, dik, hard, rood, warm, glanzend onderbeen.

Beschadiging van bloedvaten en zenuwen
In de omgeving van de heup lopen verschillende bloedvaten en zenuwen. Er is een kans dat deze uitgerekt of beschadigd raken tijdens de operatie. Dit kan leiden tot gevoelloosheid of slapheid in delen van het geopereerde been. Deze complicatie komt weinig voor en is meestal van tijdelijke aard.

Infectie
Er zijn twee soorten infecties. Een oppervlakkige infectie, een infectie rond de opening van de huid of een diepe infectie. Deze zit rond de prothesedelen. Een behandeling van een infectie zal altijd leiden tot een ziekenhuisopname of een verlenging hiervan. Een infectie komt vaker voor bij mensen met diabetes, reumapatiënten en bij patiënten met aandoeningen van het immuunsysteem. Een goede persoonlijke hygiëne is ook belangrijk. Een prothese of pen blijft lichaamsvreemd materiaal, dat altijd gevoelig blijft voor bacteriën.

Wanneer waarschuwt u de (orthopedisch) chirurg?
Neem bij de volgende klachten contact op met uw (orthopedisch) chirurg:

  1. als de operatiewond gaat lekken
  2. als het wondgebied dik en rood blijft
  3. als u meer pijn krijgt in plaats van minder
  4. als u niet meer op het geopereerde been kunt staan, terwijl u dat eerst wel kon
  5. als u meer dan 38,5º graden koorts heeft

Ontslag en hulp daarbij

Als alles goed gaat, mag u naar huis. Een verpleegkundige bespreekt met u en uw familie of naaste(n) welke zorg u thuis eventueel nodig heeft. Het kan ook zijn dat u (tijdelijk) moet revalideren in een verpleeg- of verzorgingshuis. Een zogenoemde transferverpleegkundige regelt deze zorg in overleg met u.
Wat krijgt u bij ontslag mee?
• een recept voor pleisters, pijnstillers en trombosespuiten (als u op vrijdag of
zaterdag met ontslag gaat krijgt u een voorraad mee voor het weekend)
• eventueel een afspraak voor het verwijderen van de hechtingen en een
korte controle
• een afspraak voor het maken van een röntgenfoto en aansluitend een
afspraak op de polikliniek met uw (orthopedisch) chirurg of de AIOS
• een verwijskaart voor fysiotherapie na ontslag. Het is belangrijk dat u ook na uw ontslag door een fysiotherapeut bij u in de buurt wordt begeleid bij uw revalidatie

Hulpmiddelen
Het is verstandig om bij thuiskomst een aantal hulpmiddelen bij de hand te hebben. U kunt deze lenen of kopen bij een thuiszorgwinkel. Denkt u aan:
  1. • hulpmiddelen bij het lopen: krukken, looprek, rollator
  2. • toiletverhoger
  3. • sokkenaantrekker
  4. • zo nodig een bed voor de benedenverdieping
  5. • klossen voor onder uw bed
  6. • een po-stoel
  7. • eventueel een rolstoel voor buitenshuis
  8. • handknijper om iets van de grond op te rapen

Controle
Ongeveer veertien dagen na uw ontslag worden de hechtingen of krammen verwijderd. Dit wordt gedaan door uw huisarts, een verpleegkundige van de zorginstelling waar u verblijft of door een doktersassistente in het ziekenhuis. Dit wordt bij uw ontslag met u besproken. Zes tot acht weken na de operatie komt u op de polikliniek voor controle bij de (orthopedisch) chirurg. Er wordt een röntgenfoto gemaakt van uw heup en u wordt onderzocht. Afhankelijk van uw herstel komt u tot ongeveer een jaar na de operatie nog een aantal keer controle. Het kan zijn dat ook onderzocht wordt waardoor u bent gevallen. Dit onderzoek wordt in overleg met u en uw familie of naaste(n) in gang gezet. Verder zal er nog een osteoporosescreening met u afgesproken worden. Oudere mensen breken vaak iets door ontkalking van de botten (osteoporose). Indien blijkt dat u osteoporose heeft zal u daarvoor behandeld gaan worden, ter voorkoming van nieuwe breuken (fracturen).

Adviezen
Als u niets anders met uw (orthopedisch) chirurg heeft afgesproken, moet u zes tot acht weken na de operatie met krukken of een rollator lopen. De eerste twee maanden na de operatie is het belangrijk dat u een aantal zaken in acht neemt. U krijgt hiervoor instructies van de fysiotherapeut. U kunt uw fysiotherapeut ook altijd om advies vragen. Hij of zij begeleidt u verder bij uw oefeningen. Het is de bedoeling dat u zich zo snel mogelijk weer zelf kunt redden. Zo nodig kunt u voor eventuele pijn paracetamol gebruiken: maximaal vier keer per dag twee tabletten van 500 mg. Dit is na twee tot drie weken waarschijnlijk niet meer nodig.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek orthopedie of chirurgie (afhankelijk van uw behandelend specialist).

Veelgestelde vragen
1. Hoe lang blijft mijn heup pijnlijk?
Ongeveer twee weken na de operatie wordt de pijn geleidelijk aan minder. Het duurt ongeveer een half jaar voordat uw heup helemaal hersteld is. Drie tot vier maanden na de operatie gaat u snel vooruit: u krijgt steeds minder last van startpijn en vermoeidheid in en rond uw heup. Ook heeft u steeds minder last van een rekkend, trekkend en drukkend gevoel.

2. Hoe lang blijft mijn been dik?
Het is normaal dat uw voet of onderbeen de eerste drie maanden na de operatie nog gezwollen is.

3. Hoe vaak moet ik oefenen?
Van de fysiotherapeut krijgt u oefeningen die u meerdere keren per dag
zittend, liggend en staand moet doen, ook als u weer thuis bent. Het is normaal dat u hier een vermoeid gevoel van krijgt, maar dit moet na rust snel weer verdwijnen. Oefen dus regelmatig maar overdrijf niet!

4. Wanneer mag ik weer autorijden en fietsen?
Als u twee maanden na de operatie weer zonder krukken of rollator kunt lopen
mag u na overleg met uw (orthopedisch) chirurg weer autorijden en fietsen. In verband met de lage instap is een damesfiets aan te raden. Ook raden wij u aan om de polisvoorwaarden van uw verzekering hierop na te lezen.

5. Wanneer mag ik weer douchen of in bad?
U kunt al na één dag weer douchen. Zorg ervoor dat u niet kunt uitglijden en dat u zich eventueel aan stevige grijpstang kunt vasthouden. We raden u aan om de eerste twee maanden niet in bad te gaan vanwege de lastige instap.

6. Wat voor soort schoenen kan ik het beste dragen?
Het is verstandig om schoenen te dragen die vast aan uw voet zitten en een brede hak hebben. U mag geen slippers en schoenen met hoge hakken dragen.

7. Moet ik een steunkous dragen?
In principe is dat niet nodig, maar als uw been of voet dik wordt, kunt u in overleg met uw huisarts beter een steunkous gaan dragen.

8. Wanneer mag ik weer op mijn zij slapen?

U mag op uw beide zijden slapen maar leg de eerste twee maanden na de operatie uit voorzorg een kussen tussen uw benen. U voorkomt op die manier dat uw heup draait.

9. Hoe verzorg ik mijn wond?
De wond moet schoon en droog blijven. De huid rondom de hechtingen kan er wat dik, rood of geïrriteerd uit zien. Als de hechtingen onder de huid na ongeveer zes weken opgelost zijn, wordt de huid om de wond langzaamaan minder rood. U kunt de wond gewoon wassen. Doet u dat van boven naar beneden en niet van links naar rechts.

10. Hoe lang moet ik met krukken of een rollator lopen?
U loopt ongeveer twee maanden met krukken of een rollator. U bouwt dit in
overleg met uw fysiotherapeut af. Het is belangrijk dat u niet te vroeg met één
kruk gaat lopen. De kans bestaat dat u dan een verkeerde houding aanneemt.