Angiografie en dotteren

Angiografie

Dit is een afbeelding van de bloedvaten (“angio” betekent bloedvaten) met behulp van röntgenstralen. Om bloedvaten zichtbaar te maken bij röntgenonderzoek moet contrastvloeistof worden toegediend. Tegenwoordig gebeurt angiografie bijna altijd met behulp van een CT-scan of MRI, waarbij de contrastvloeistof via een infuusnaaldje in een ader in de arm wordt ingespoten. Zie daarvoor de voorlichtingsfolder CT-scan en de voorlichtingsfolder MRI. Angiografie met het rechtstreeks toedienen van de contrastvloeistof via een katheter (dat is een dun slangetje) in een slagader wordt als zodanig nog maar zelden uitgevoerd maar maakt wel deel uit van een Dotterbehandeling. 

Dotteren

Dotteren, ook wel PTA (Percutane Transluminale Angioplastiek) of ballondilatatie genoemd, is het oprekken van vernauwingen in slagaders (of aders, urineleiders of galbuisjes) met behulp van een ballonnetje dat op een catheter zit gemonteerd. Deze behandeling is genoemd naar de Amerikaanse radioloog Charles Dotter en is vooral bekend van toepassing in de kransslagaders van het hart; in die gevallen wordt het uitgevoerd door de cardioloog. Informatie over het Dotteren van de kransslagaders kunt u verkrijgen via uw behandelend cardioloog. Deze folder betreft de overige Dotterbehandelingen; deze worden uitgevoerd door de interventieradioloog, dat is een radioloog die gespecialiseerd is in het werken met catheters. De radioloog wordt bijgestaan door laboranten. 

Belangrijk om te weten


Zwangerschap en borstvoeding 
Bij een angiografie of Dotterbehandeling wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. Mocht u (mogelijk) zwanger zijn dan kan het beter zijn om het onderzoek niet uit te voeren of uit te stellen. Indien u borstvoeding geeft moet u dit tot 24 uur na het onderzoek uitstellen. 

Jodium 
Wanneer u overgevoelig bent voor jodium op de huid dient u dit voorafgaand aan het onderzoek aan de laborant te melden. 

Contrastvloeistof 
De contrastvloeistof kan een kortdurende warme sensatie geven tijdens het onderzoek, heel soms wat gevoeligheid bij het inspuiten of misselijkheid. Dit duurt meestal maar kort. Een echte allergische reactie (d.w.z. met galbulten of benauwdheid) op het contrastmiddel komt met de huidige generatie contrastvloeistoffen nog maar zelden voor. Hebt u ooit een dergelijke reactie gehad, dan dient u dat ruim van te voren aan uw behandelend arts te melden, zodat deze in overleg met de radioloog eventueel voorzorgsmaatregelen kan treffen. 

Voorbereiding


Nierziekte en medicijngebruik 
Wanneer u slecht werkende nieren hebt of bepaalde medicijnen gebruikt zoals Metformine dient u dit ook ruim van te voren aan uw behandelend arts te melden, zodat deze in overleg met de radioloog tijdig voorzorgsmaatregelen kan treffen. Wanneer u bloedverdunners gebruikt zoals Marcoumar of Sintrom dient u hiermee tijdig te stoppen. Bloedplaatjesremmers zoals Ascal kunt u gewoon blijven gebruiken. Uw behandelend arts zal u hierover informeren. 

Opname 
U wordt op de dag van het onderzoek opgenomen op de zgn. “kort-verblijf afdeling” van het ziekenhuis. U moet minimaal 4 uur van te voren nuchter zijn. In de praktijk wordt de behandeling meestal vroeg in de middag uitgevoerd en is dus een licht ontbijt toegestaan. Als u nog geen bloedverdunners gebruikt krijgt u vlak voor de behandeling een tabletje Ascal. De verpleging zal u informeren over de verdere voorbereiding. 

Hoe verloopt de behandeling

U wordt naar de afdeling radiologie gebracht. U komt op een speciale onderzoekstafel te liggen. Uw lies (soms beide liezen) wordt door de radioloog verdoofd en daarna door de laborant met jodium of alcohol gedesinfecteerd. U krijgt een groot steriel laken over u heen. In het laken bevinden zich openingen ter hoogte van de lies waardoorheen de radioloog kan werken. U moet uw armen altijd onder het laken houden met het oog op de steriliteit.   
De radioloog en de laboranten dragen een steriele jas, een muts en een mondkapje. De radioloog brengt een naald in de liesslagader. Dit voelt u meestal nauwelijks meer. Door de naald wordt een soepel metalen draadje in het bloedvat geschoven, de naald wordt verwijderd en over het draadje wordt een kort slangetje in het bloedvat gebracht. Dit slangetje blijft het gehele onderzoek zitten en heeft een klepje zodat er geen bloed kan lekken.Door het slangetje kan de radioloog de diverse catheters in brengen die hij nodig heeft.   
Vervolgens wordt een angiografie gemaakt om de exacte plaats van de behandeling te bepalen. Hierbij moet u goed stilliggen en soms even uw adem inhouden. Dit afbeelden duurt maar kort: van tevoren is er vaak al een uitgebreide angiografie gedaan met een CT- scan of MRI. Eventueel wordt er nog een speciale drukmeting uitgevoerd als de radioloog meer zekerheid wil over de ernst van de vernauwing. Nu brengt de radioloog de balloncatheter (deze is er in diverse maten; de radioloog kiest de juiste) naar de plaats van de vernauwing en rekt deze op door de ballon op te blazen onder hoge druk. Dit voelt u soms een paar tellen, soms helemaal niet.   
Nu volgt een controle foto, soms met weer een drukmeting om te bepalen of de behandeling geslaagd is. Als het resultaat onvoldoende is wordt er vaak een zgn. stent geplaatst; dat is een buisje van gevlochten metaal dat het bloedvat mooi open houdt. Zo’n stent blijft altijd zitten, daar hebt u verder geen last van. Heel soms kan het zo zijn dat de vernauwing bij de angiografie en drukmeting toch minder ernstig blijkt te zijn dan van tevoren werd vermoed. Dan wordt er dus geen Dotterprocedure uitgevoerd en wordt u terugverwezen naar uw behandelend arts om een andere verklaring voor uw klachten te zoeken. 

Hoe lang duurt de behandeling

Afhankelijk van de ernst en de plaats van de afwijkingen in de bloedvaten (soms moet er links en rechts een behandeling worden uitgevoerd) duurt het onderzoek 45 - 60 minuten. 

Na afloop

Na afloop wordt het slangetje uit de lies verwijderd en drukt de radioloog 5 - 10 minuten op het prikgaatje. Daarna wordt een drukverband aangelegd en wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. 
Het drukverband moet 6 uur blijven zitten en zolang hebt u ook bedrust; dit ter voorkoming van een nabloeding. U mag wel meteen weer gewoon eten en drinken. De verpleging controleert regelmatig uw bloeddruk en hartslag. U blijft 1 nacht in het ziekenhuis, tenzij er alleen een angiografie is vervaardigd en dus geen behandeling is uitgevoerd: dan kunt vaak nog diezelfde avond naar huis. 

Mogelijke complicaties

Complicaties zijn zeldzaam. Uw behandelend arts, in het algemeen is dat de vaatchirurg, maakt voor u in overleg met de interventieradioloog een keuze voor een chirurgische of radiologische behandeling. Daarbij wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de (kleine) kans op complicaties en het te verwachten resultaat. Complicaties die in een enkel geval bij een Dotterbehandeling kunnen optreden: Allergische reactie op de contrastvloeistof. Dit komt bijna niet meer voor en kan door het getrainde personeel onmiddellijk adequaat worden opgevangen. Bloeduitstorting in de lies. Komt wel eens voor, maar behoeft meestal geen aanvullende behandeling. Lekkage van bloed door het prikgaatje in een onderhuidse holte (vals aneurysma). Komt zelden voor en kan via een eenvoudige injectie verholpen worden.

Andere behandelingsmogelijkheden (EVAR)

De volgende ochtend controleert de radioloog of de zaalarts de lies en kunt u het ziekenhuis verlaten. U mag dan in principe alles weer doen, alhoewel het verstandig is om de eerste dagen de lies wat te ontzien (bijv. niet gaan tuinieren).  U krijgt een controle-afspraak mee voor de polikliniek van uw behandelend vaatchirurg en u moet uw medicijnen weer gaan gebruiken. Als u nog geen bloedverdunners gebruikte zal de radioloog u hiervoor nu een recept geven. 

Ontslag en poliklinische controle

Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals wondinfectie, longontsteking trombose of longembolie.
Bij operaties aan de buikslagader kunnen zich ook specifieke complicaties voordoen, namelijk een nabloeding of een bloedstolsel dat de vaatprothese of een beenslagader afsluit. Bij het optreden van een dergelijke complicatie moet vaak opnieuw geopereerd worden.
De operatie is een grote belasting voor het hart, zodat de kans op een hartinfarct met eventueel overlijden daaraan groter is dan bij andere operaties. Ook kan door de operatie de functie van de nieren verstoord raken. Dan is soms dialyse (kunstnierspoeling) na de operatie noodzakelijk. In veel gevallen herstelt de nierfunctie zich na enkele dagen.
Bij mannen kan het voorkomen dat na de operatie aan de aorta de erectie gestoord is, of dat, ondanks een normale erectie, de zaadlozing wegblijft. Dit kan tijdelijk zijn, maar is meestal blijvend van aard.
Uiteraard wordt er naar gestreefd de risico's zo klein mogelijk te houden. Daarom wordt u voor de operatie veelal nog door een internist, cardioloog of longarts onderzocht en worden er vele voorzorgs¬maatregelen genomen.

De uitslag

Vaak zal direct na afloop van de procedure al duidelijk zijn of de Dotterbehandeling technisch geslaagd is. De officiële uitslag krijgt u van uw behandelend arts. Bij die gelegenheid blijkt dan ook meestal of uw klachten verholpen zijn of dat er naar een andere oorzaak moet worden gezocht. 

Heeft een dotterbehandeling altijd effect en voor hoelang

Een Dotterbehandeling of stentplaatsing wordt uitgevoerd vanwege een vernauwing die ontstaat door atherosclerose (“aderverkalking”), een ziekte van de bloedvaten waardoor deze dichtslibben. Dat ziekteproces gaat ook door na de behandeling, zodat er weer een nieuwe vernauwing kan ontstaan. De vernauwing kan ook weer ontstaan op de plek waar de behandeling is uitgevoerd. De behandeling kan dan herhaald worden. We gaan er in het algemeen van uit dat u langere tijd baat zult hebben van de behandeling, maar dit is sterk afhankelijk van de mate waarin uw bloedvaten zijn aangetast.

Tot slot

Indien u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan een van de medewerkers van de afdeling Radiologie Bronovo of Radiologie Medisch Centrum Haaglanden. U kunt ook telefonisch contact opnemen met deze afdelingen: Tel. 070 - 312 41 20 (Bronovo) of 070-3302000 (MCHaaglanden)